Ik probeer er een gewoonte van te maken om ieder jaar wel een keer op vakantie te gaan met de motor. Het originele plan dat ik voor dit jaar had gekweekt was om naar Denemarken te rijden, Via de Westkust omhoog te rijden helemaal naar het puntje, en via de oostkust weer omlaag. Helaas had ik maar een week, en natuurlijk kan je door kilometers op de snelweg te hameren wel 500-600 kilometer op een dag afwerken, maar als ik op vakantie ga rijd ik binnendoor, dan heb je het na 300km binnendoor vaak wel een beetje gezien. Een week had dus aan de krappe kant geweest.
Nu heb ik me in een ver verleden door iemand met een lichte achtbaan-obsessie (niks mis mee, ik heb toen de hele dag met haar gehangen in Walibi) laten vertellen dat de achtbanen in Phantasia-land heel goed zijn. De naam doet vermoeden dat het een kinderpark is, maar nadat mijn leidinggevende vertelde dat hij zich er ook had vermaakt wilde ik eigenlijk ook wel een keer. Dat plan ging ergens op een laag pitje, en toen mijn motorvakantie dichterbij kwam, en ik nog steeds geen plannen had kwam het weer op borrelen.
Ik zou naar Keulen rijden, een dagje phantasialand pakken, en vanaf daar wel zien. Drie dagen voor vertrek (ja, ik had zo weinig gepland) bedacht ik me dat ik wel vaker op camping moulin was geweest, maar dat was altijd op doortocht. Ik was nog nooit langer in luxemburg gebleven. Het nieuwste plan werd dus. Naar keulen rijden —> Dagje Phantasialand —>Naar Camping Le Moulin rijden—>daar rond hangen voor twee of drie dagen—>naar huis rijden met desnoods nog een tussenstop.
En misschien dat je denkt “wat heeft Eric weinig foto’s deze vakantie?”, maar dat is omdat ik mijn camera op dag 5 verloren ben. Ik heb nog vanalles geprobeerd om de watertoren terug te vinden waarvan ik denk dat ik hem bij kwijt ben geraakt, maar het lijkt wel of ik die heb gefantaseerd, want ik kan hem echt NIET terug vinden. Het is nu dus even aan jullie om te fantaseren hoe ik er bij heb gelopen. Ik heb wel gelukkig mijn logboekje nog waar ik iedere avond in heb geschreven. We moeten het dit keer dus maar even doen met alleen een muur van tekst.
Dit is Globaal een beetje wat ik heb gereden.
Dag 1: De weg naar Keulen.
De heenreis naar Keulen voelde niet heel spannend, Ik draaide in Dordrecht de snelweg op, en vanaf daar was het kilometers knallen. Ik weet weer waarom ik liever niet in Augustus op vcakantie ga, want ik smolt zo’n beetje van de motor af. Het openen van mijn vizier mocht niet baten, de lucht die van het dampende asfalt op sprong was warmer dan mijn hoofd, dat toch al aan voelde als een afbak-broodje. Het was op dat moment als kiezen tussen jezelf in de voet of in je hand schieten. Klinkt heel dramatisch, ik weet het, maar leuk was het rijden op het hoogtepunt van de temperatuur zeker niet.
Na de nodige drinkpauzes kwam ik eindelijk in duitsland aan, en ik kreeg gelijk een warm ontvangst van een afgeleide bestuurder die me een knuffel wilde geven met zijn portier. En dan zeggen ze dat de Duitsers zo’n kil volk zijn!
Aan het eind van de dag kon je nog steeds zien waar mijn motorbroek begon, en waar mijn bretels liepen.
Om 20:00 begint de avondkoelte het langzaam over te nemen. Ik was bezig met de zoveelste reparatie van mijn knipperlicht toen ik merkte dat de lucht anders aan begon te voelen, rommelig, bijna elektrisch. Het was een gevoel dat je misschien zou herkennen als een aankomende storm. Ik kijk om me heen en zag dat bij alle andere tenten om me heen de scheerlijnen strak gespannen staan, en besluit om me bij de menigte aan te sluiten. Ik merk dat twee van mijn haringen krom zijn, en ik nog maar 1 reserve heb. Ik hoop maar op rustig weer voor de rest van de week.
Terwijl ik dit schrijf kijk ik omhoog. Een enkele grijze toef siert de lucht nog, maar daar omheen is alles nog dik, donker, en dreigent. de hond van de buren een paar tenten verderop gedraagt zich nerveus. Ik vraag me af wat het gaat doen.
Dag 2: Rijen, Rijen, Rijen voor een wagentje.
De dag eindigde gisteren onheilspellend. Een motor die ik naar mijn plek heb moeten lopen omdat hij niet startte, en hoosbuien en bliksem die langs ons heen trokken, zichtbaar in de verte. Hopen dat de problemen zichzelf in de morgen opgelost zouden hebben legde ik mijn hoofd in mijn kussen. Met een droge lucht startte de dag goed, en met een motor die met één druk op de knop tot leven kwam begon het er al beter uit te zien.
ik verwacht dat vandaag probleemloos zal verlopen, wat voor problemen kunnen er tenslotte ontstaan tijdens een pretparkbezoek? Je gaat er heen, je vreet je vol met pis kwaliteit eten, pakt wat achtbanen, en je gaat weer weg. Het begon al met verkeersdrukte. Ik stond in de rij met de motor om het parkeerterrein op te kunnen. Daarna kwam ik bij de ingang van Pantasialand, waar ze geen ticketloketten meer hebben, dus ik ging in de rij staan om te vragen waar ik een ticket kon kopen. Uiteindelijk zag ik dat er een QR-code was die je in kon scannen om een ticket online te kopen. Deze QR-code was echter niet helemaal lekker zichtbaar, dus ik moest in een soort menigte gaan staan om langzaam dichtbij genoeg te kunnen komen om de code te kunnen scannen… met andere woorden: een rij. Gelukkig leken de rijen hier klaar. Ik had mijn kaartje en kon door het poortje het park binnen stappen.
Eenmaal binnen stond ik met mijn handen vol motorkleding, dus ik wilde op zoek naar de kluisjes. Ik liep naar de dichtst bijzijnde infobalie… waar een rij stond. Ik werd naar de klantenservice verwezen om een polsbandje te halen waar ik een kluisje mee kon openen, en zoals je al raadt stond daar OOK een rij voor. Vervolgens werd ik terug gestuurd naar de EERSTE infobalie, waar de kluisjes onderaan de trap stonden. Tel je mee? ik heb dus in 5 RIJEN gestaan nog voordat ik in de rij stond voor de achtbaan. DUITSER HEBBEN DE REPUTATIE EFFICIENT TE ZIJN, WAAROM MOET IK IN 5 RIJEN STAAN VOORDAT IK MIJN PRETPARKBEZOEK KAN BEGINNEN?!
verder heb ik niks te klagen eigenlijk. Het park is met zijn verschillende gebieden leuk vorm gegeven. Ik heb een nieuwe favoriete achtbaan (de Taron met multilaunch.)
Op de weg terug begon mijn knipperlicht wederom te protesteren. Het proest en hij kucht wat, maar is nog niet gestorven. Met de betrouwbaarheid van dit knipperlicht heb ik er echter weinig vertrouwen in. Een nieuwe regenbui begroette me op de terugweg, dus ik heb de avond in de open wasruimte/keuken gespendeert in de hoop dat ik een beetje op zou drogen.
In de tussentijd heb ik op mijn telefoon een paar dagen geboekt bij camping High Chapparal. Dat is een camping waar ik al een paar keer heb gestaan, maar nooit voor een langere tijd. Ik hoop dat ik de eigenaar een keer spreek. Hij lijkt me een man met veel verhalen, en ik wil weten waar zijn liefde voor Dr. Pepper vandaan komt.
(protip: Als je moe, warm, en zweterig bent is een biertje onder de douche amazing)
Dag 3: Van gaten in de weg naar een gat in de berg.
Het inpakken vandaag ging vrij rap, sneller dan normaal. Ik weet niet of dat was omdat alles gewoon mee zat, of omdat ik onbewust snel weg wilde. Als ik voor het middaguur in de rijwind kon zitten zou de warmte misschien behaaglijker zijn. Ik skipte ontbijt met het idee dat ik onderweg wel wat zou vinden, maar no way dat ik koffie skip. Voor vertrek maakte ik nog even snel een foto van het roze huis met een zebra op het balkon, al was het maar om later aan mezelf te bewijzen dat ik niet nog aan het ijlen was van de grote hoeveelheden suiker die ik de vorige dag in mijn keelgat heb gegeten. Het geld hebben om je villa felroze te verven en een zebr-beeld je balkon op te laten takelen lijkt me een goeie hoeveelheid geld om te hebben.
Tito’s. 50% Duits, 50% Nederlands, 100% nice.
Na een uur rijden en een paar verkeerde bochten te hebben gepakt, verscheen daar mijn ontbijt in de vorm van een felroze foodtruck. Ik reed er eerst nog voorbij, maar halverwege de straat protesteerde mijn maag en gooide ik mijn stuur om. De foodtruck genaamd Tito was van een half nederlander, half duitser, in het duits geboren (ik weet dat deze zin niet klopt, maar zo stond het in mijn notitieboekje, sue me). De gesprekken gingen in ieder geval wat stroef.
Één falafelwrap later ging de reis verder naar het Kakushöle, wat een puberale gniffel in me oproept elke keer dat ik de neem lees 💩🕳️hehe.
Toen ik weer midden in het gat stond overviel me toch weer dat gevoel dat je in een stukje geschiedenis staat. Die grot was er al voordat wij bestonden. De eerste “europese”mensen hebben er misschien gescholen, de christelijke kerken zijn er bezig geweest (vraag me niet met wat, ik kon de bordjes tenslotte niet lezen), en nu lopen wij er toeristen en rond, op zoek naar een idee van wat er ooit was. En ooit, misschien over 200 jaar, misschien over 16000 jaar, zal er voor het laatst iemand de grot in stappen, en daarna zal het stil zijn, en dat zal voor het voortbestaan van de grot geen enkel verschil uit maken.
De rit was verder vrij onbewogen voor de rest van de route in Duitsland. Veel trage wegen en veel afremmen voor dorpen. Dat veranderde gelukkig toen ik Luxemburg in reed. Ik denk dat ik Luxemburg een mooie derde plek mag geven van de mooiste landen waar ik heb gereden. Ik merkte na een paar uur echter wel op dat ik misschien wat extra proviant had moeten scoren. Ik had op dit moment alleen een pakje noedels en instant-koffie, wat geen luxe-maaltijd vormt.
DAG 4: *Sad trombone noises*
Ik begon de dag met plannen van het bezoeken van de kazematen in de stad Luxemburg, en het bezoeken van de oudste plaats in Luxemburg genaamd…. Ik wil graag Luftnarp zeggen, maar dat is een fictieve plaats uit “welcome to nightvale” (ik heb het even opgezocht en het heet Echternach). Daar is niks van gekomen. Ik heb noch gezwommen in natuurwater, noch de tunnels van de kazematen gezien. In plaats daarvan ben ik lang de enige officiele harley dealer in luxemburg gereden. Normaal ben ik niet zo van de harley davidson t-shirts, maar ik zag zo’n tof ontwerp dat ik hem wel MOEST hebben. Buiten heb ik nog even een kiekje geschoten van mijn spiegelbeeld in het raam van de winkel, want ik voelde me op dat moment even cool, en om eerlijk te zijn zijn die momenten zeldzamer dan ik zou willen. Daarna ben ik door gekacheld, en heb ik even gerust bij een watertoren tussen de graanvelden in Duitsland. Ik schoot hier nog een plaatje vanachter mijn stuur, spiegeltje op de voorgrond, watertoren op de achtergrond.
We zullen echter nooit weten hoe de foto’s zijn gelukt, want de camera is waarschijnlijk bij vertrek uit mijn zak gevallen. We kunnen enkel hopen dat de foto’s over 40 jaar door een wildvreemde online worden gepost omdat die nieuwsgierig genoeg was om een rolletje van een camera die zie in het hoge gras naast een elektriciteitshuisje vonden te laten ontwikkelen. Eenmaal terug op de campping leerde ik tijdens het koken van een blik ravioliover het gemis van mijn camera. Ik baalde ontzettend. Niet perse omdat ik mijn camera kwijt ben, maar er stonden ook foto’s van castlefest op, en de enige foto’s van deze vakantie. Foto’s met de telefoon maken is gewoon niet hetzelfde.
In de avond heb ik bier gedronken en slap kunnen lullen met Bas en…. een andere oudere vent, en ik ben blij dat dit is hoe het gat. Ik stap op de motor, ik kom op plekken, ik maak flauwe grappen, en ik heb voor dagen mensen om mee te lullen en te drinken. Eigenlijk is het een beetje kids, als je er over nadenkt: je komt op de bikercreche, je maakt even een stom grapje, en je bent vrienden met mensen tot je weer naar huis moet. Zo makkelijk was het als kind, en zo ken het nu nog zijn.
(die laatste alinea is geschreven aan het eind van de avond na wat bier, maar ik heb de fouten behouden omdat ik dat eerlijker vind)
dag 5: We gaan nog even rustig door
De dag begon goed ik heb afscheid genomen de twee gaten waar ik de afgelopen twee dagen mee heb gehangen. Later kwam er nog iemand anders die vond dat ze maar “eindelijk weg waren, want die gasten horen zichzelf wel erg graag praten”, maar dat vind ik totaal niet erg, want dan hoef ik niet zo veel aan het gesprek bij te dragen. Bij ontbijt kwam er nog iemand genaamd Jan Vis bij me aan tafel zitten, daar startte ook gelijk een gesprek mee. We hebben goeie plekken uitgewisseld om te rijden, en hij heeft zijn vakantie gedeeld (hij was iets jonger dan ik denk ik, en een echt doorgewinterde rijder. Hij was half europa door geweest op zijn oude bmw).
Uiteindelijk nodigde hij me uit om een keer op een vrije vrijdag langs te komen bij hun clubhuis in zierikzee. Hun club klonk als een groepje gasten die aan oud spul sleutelen, slap lullen, en bier drinken. Een beetje als mijn vakantie maar dan iedere vrijdag. Als je dit leest Jan, die dag komt echt nog wel als alles weer even terug op een rijtje is hier!
Doordat ik zo aan het lullen was lette ik niet op mijn koffie-inname, en dronk ik bij ontbijt wat ik normaal in twee werkdagen zou drinken (vier koppen, het klinkt schokkender dan het is). Dit heeft me uiteindelijk gebeten, want toen ik met lunch weer aan de koffie ging zat ik uiteindelijk misselijk op de motor. Het feit dat ik naast een omelet voor ontbijt ook alleen maar een bounty op heb zal niet hebben geholpen. Ik snap er niks van, want in een bounty zit kokos. KOKOS IS FRUIT TOCH?!
Nadat Jan me had getipt om de nabije rivier te volgen kwam ik uiteindelijk langs Echternach. Ik had er hoge verwachtingen van, maar eenmaal daar was het er druk, en zagen de huizen er maar treurig uit. Ik kreeg een beetje flashbacks naar Frankfurt, maar dan had Echternach was minder deprimerende kleuren.
Gezien ik de Luxemburgse kou snachts kwijt ben, ben ik nog langs de sportwinkel gereden. Je weet wel, die grote frans klinkende keten, de carrefour? de Escargot? Het maakt eigenlijk niet uit hoe die rotzaak heet. Ik heb er een slaapzak gehaald, en het was het best besteedde geld van de vakantie! Ik kocht bijna nog de verkeerde maat, waar ik achter kwam vlak voordat ik hem in wilde pakken. Een slaapzak omruilen in een frans sprekend gebied zonder dat je zelf frans spreekt is best tricky.
Eenmaal terug op de camping merk ik dat er een hele roulering van mensen is geweest. De mensen die vanochtend hun tentjes af aan het bouwen waren zijn omgewisseld met frissere mensen met andere tentjes. Zo gaat dat op le moulin, het is tenslotte meer een doortrek camping. Een van de mensen die er stond was een duitser die zijn verbouwde sportster naast die van mij zetten waardoor er een soort before and after effect ontstond. Die van hem was een beetje Norcal style met een hoge sissybar, king and queen zadel, en een lange voorvork. Als ik de twee sportsters zo naast elkaar zie vind ik dat stijltje eigenlijk ook beste vet. Als ik er aan terug denk maakt mijn brein automatisch een lijstje van wat er nodig zou zijn om….
sidenote: eigenlijk stopte mijn notities van de dag hier, maar na het schrijven van dit stuk besloot ik om toch gewoon avondeten te halen bij de bar. Vandaar dat de volgende alinea een beetje vreemd begint.
Ik ga hier rustig nog even door over dag 5, want het einde van de dag was eigenlijk het mooiste. Gezien ik niet echt van plan was om nog uitgebreid te koken besloot ik gewoon om NOG een keer vegetarische schnitzel op de camping te halen. Eenmaal daar zat ik een beetje te lezen op mijn telefoon TOT er iemand vroeg of de plek tegenover mij vrij was. We begonnen te praten, en hij vertelde dat dit zijn eerste zomervakantie was, en na een paar minuten kwamen er NOG twee mensen vragen of de stoelen naast ons vrij waren. Ik vroeg of zij degene waren die ik aan had zien komen rijden met de sportsters (dat was zo), en zo raakten we in gesprek met z’n vieren. En de toon was heel snel alsof we elkaar al heel lang kende. We hadden nog een moment waarop we ontdekten dat drie van de vier van ons hetzelfde casio horloge droegen wat een heel hilarisch moment was (als ik dit nu terug lees voel ik me echt een fucking NERD). Met een van hen (jesse) heb ik het nog veel gehad over zijn custom bike projecten, evenementen in Nederland, en hoe hij er zo in was gerold. Uiteindelijk hebben we nummers uitgewisseld. Heel vet.
Ik heb altijd het idee dat ik een persoon ben die de kat uit de boom kijkt als het gaat om andere mensen, maar dit soort dingen gebeuren als je een grote groep mensen met dezelfde passie bij elkaar zet (en misschien wat bier toevoegd).
Dag 6: The end of the road
Vandaag stond ik voor een besluit: Terug naar huis, of een tussenstop maken, daar nog een nacht blijven, en DAN naar huis. Ik had deze vakantie een zwembroek bij, dus ik vond dat ik nog moest gaan zwemmen. Ik besloot naar de belgische kust te rijden en vanaf daar wel te zien…
HOWEVER, Zodra ik de bergpassen verliet waren de wegen kaarsrecht, was er zonder overdrijven denk ik iedere 20 minuten een flitspaal (waardoor iedereen opeens 20 kilometer onder de snelheid gaat zitten. serieus jongens, het is niet dat die camera denkt “oh deze auto rijd 58, dat komt wel heel erg in de buurt van 60, ik ga hem toch een boete bezorgen” probeer in ieder geval een beetje op snelheid te blijven), en het was ook nog een knei-ter-warm.
Het vooruitzicht van nog 2 uur in de hitte te zitten, me dan in de brandende zon om te kleden naar half-naakt om te gaan zwemmen, om vervolgens NOG 2 uur in mijn motorpak te moeten zitten koken was gewoon niet heel prettig. Toen ik eenmaal de buurt van Brussel was, was ik het eigenlijk gewoon zat! Ik zette mijn navigatie op huiswaards, en keek eigenlijk al uit naar onze eigen douche en bed.
En ik was HEUL blij met de lasagne die in de vriezer op me stond te wachten.