Flippermuseum

Afgelopen zaterdag ben ik samen met collega’s voor het eerst naar het flippermuseum geweest. (Renée merkte op dat de bewoording “voor het eerst” impliceert dat ik hier vaker zal komen, en daar heeft ze misschien wel geen ongelijk in). Het OV leidde me eerst langs de markthal voor koffie, en vervolgens naar Delfshaven, een verassend charmant stukje Rotterdam. Mijn collega’s Richard en Brian zijn er al vaker geweest en kennen de eigenaar en de koffiejuf al, de twee belangrijkste mensen in het museum. Ik stapte er zelf schoon in. Flipperkasten ken ik vooral van mijn jeugd, maar blijkbaar is er wat meer om te doen dan de afgetrapte kast in de lokale chinees.

Let ook op de humor op het bord

Ik begon niet heel sterk met een kast van Avatar (de lange blauwe variant). Nadat mijn ogen bij gekomen waren van het vele felle geflist was het verder alleen maar bergopwaards. Het is me meerdere keren overkomen dat ik dacht dat ik dit keer echt de vetste kast had gevonden, om vervolgens achter een kast te stappen die NOG vetter was. Door het museum heen stap je langs verschillende categorieën van kasten. Zo heb je de film/serie kasten bij elkaar, een categorie met kasten gebasseerd om films, een muziekafdeling, een fantasie-afdeling, en een afdeling met historische kasten. Eerlijk gezegt kan het zijn dat ik dan nog een afdeling vergeet, Ik ben de tel een beetje kwijt geraakt.

Wat ik tof vond om te zien was dat er in veel kasten gebruik werd gemaakt van slimme truukjes om het thema van de kast nog beter uit te laten komen. Zo hebben ze een kast gebaseerd op het nummer/de film “pinball wizard” van the Who, dat gaat over een jongen die blind is, en toch een talent heeft om te flipperen. Op een punt in dit spel kreeg ik een multiball, en schoof er een vlak over de flippers dat je dwingt om vervolgens ook blind te flipperen. Een andere kast waarvan het speelveld vorm was gegeven als een maanlandschap, maakte gebruik van spinnende magneten om de bal rond te slingeren alsof hij in 0 gravity rond zweeft.


Aan het eind van de dag waren er twee dingen die me hebben verrast.

  1. In tegenstelling tot het game-museum in Zoetermeer waren er niet heel veel kinderen. Ik verwachtte een kakofonie van rennende en spelende kinderen, maar dat was niet zo. Ik zal niet zeggen dat er een behoorlijke hoeveelheid prikkels was, maar dat kwam van de machines en spelende volwassenen.

  2. Ik ben blijkbaar het soort mens dat een favoriete flipperkast heeft. Wanneer (wanneer, niet als) ik terug keer zal ik dan ook gelijk doorlopen naar de fantasy afdeling om het kasteel in Medieval Madness te slopen.

Previous
Previous

Noorwegen 2026

Next
Next

Art Blakey and the Jazz messengers